Plato's Aether

Plato’s Aether

In Timaeus beschrijft Plato (5e, 4e eeuw v.Chr.) het ontstaan van de wereld en het heelal. Hier spelen de 4 klassieke elementen ook een belangrijke rol, maar Timaeus – die het verhaal vertelt – voegt daar nog een ‘vijfde element’ (ether) aan toe.

Hij associeerde hen met de ‘basiselementen’: de tetraëder stond voor vuur, de octaëder voor lucht, de icosaëder voor water, en de kubus voor aarde. Op die manier had hij wel nog een veelvlak over, en zo stelde hij het twaalfvlak of dodecaëder (een ruimtelijke figuur met 12 vijfhoekige vlakken, 20 hoekpunten en 30 ribben) dan maar symbool voor het hele universum. Duizenden jaren lang zouden de alchemie en allerhande sektarische verenigingen deze symboliek blijven aanwenden.

De dodecaëder is uiteindelijk de vorm van het heelal als geheel. Later verjongde Aristoteles het systeem van Plato, wat suggereert dat dodecahedra een vijfde essentie vormen – de ruimtevullende ether.

Plato’s Aether is mijn geometrische vertaling van het element ether.

Het ontwerp is opgebouwd uit 12 vijfhoeken van zink, om het ontwerp wat dynamischer te krijgen is het open gelaten zodat de kijker wordt uitgenodigd het sculptuur nader te onderzoeken. Het ontwerp is gemaakt van zink 14 en de afmetingen zijn ca. 50 x 50 x 50 cm. Het sculptuur is gepresenteerd op een vijfhoekig sokkel van perplex.